Erwé en zijn leven
Erwé en zijn leven
Van kinds af aan heeft Erwé een natuurlijke drang tot scheppen, knutselen, creëren. Op de Nutsvolksschool in het Stedelijk Museum leerde hij creatief expressie te geven aan zijn gevoelens op alle manieren die hij maar wilde. Hij groeide op in een arbeidersgezin zonder veel belangstelling voor kunst. Heel anders was dat op de middelbare school voor zijn klasgenoot, Jeroen Krabbé, die opgroeide vanuit een kunstenaarsgezin. Dit vormde een bron van inspiratie voor Erwé.
Een opleiding aan de Tekenacademie, Kunstnijverheidschool of Academie voor beeldende kunst zat er echter voor Erwé niet in, een vak leren was de boodschap. Maar als autodidact heeft hij voortdurend getracht zich te ontwikkelen in de schone kunsten door te kijken, te bestuderen en vooral door te doen.
Erwé was in de tachtiger jaren mede-eigenaar van een populair Amsterdams new age café “Het Oerwoud”. Dit was een ontmoetingsplek voor kunstenaars, homo’s, punkers, bioscoopgangers, buurtbewoners. Dit niet alledaagse café doorbrak de toenmalige traditie van “bruine kroeg” en vormde voor Erwé daarbij in zichzelf een kunstobject. Door het organiseren van performances, houden van exposities, inrichten van telkens wisselende ambiances, werd de bezoeker steeds geconfronteerd met nieuwe vormen en stijlen in muziek en kunst.
Rond 2007 (na het bereiken van de pensioenleeftijd) is Erwé zich meer gaan richten op grafisch georiënteerd werk in acryl en aquarel.